Kunststof en rubber – Mondiaal met beste groeiperspectieven

K in Düsseldorf toont het succes van de industrie en presenteert de top van de technologische ontwikkelingen.

Sinds 1952 toont K in Düsseldorf op tastbare wijze het wereldwijde succes van kunststof en rubber. De beurs bewijst ook in het zevende decennium van haar bestaan de enorme groei van de mondiale kunststofindustrie en presenteert iedere drie jaar de top van de technologische ontwikkelingen. De polymere grondstoffen, de machine-, verwerkings- en gereedschapstechnologie en teven de veelzijdige toepassingen van kunststoffen en rubber zijn nergens anders in deze omvang te zien. Daarmee is K ook bij haar 20e editie in het jaar 2016 toonaangevend voor iedereen die een overzicht van de kunststofindustrie en kunststofverwerking wil krijgen.

Het wereldwijde succes van deze industrie blijkt vooral uit de groei van het toepassen van kunststof en rubber als materiaal, welke van 1950 tot 2015 met gemiddeld 8,5 procent per jaar is gestegen. Zo groot als tussen de jaren 1950 en 1970, zijn de groeicijfers nu niet meer, maar circa 4 tot 5 procent per jaar worden sinds de eeuwwisseling nog steeds behaald. Overigens kunnen deze cijfers per regio, product en toepassing sterk variëren.

Wereldwijde acceptatie van polymere grondstoffen

Drijfveren voor de wereldwijde groei zijn vooral de toename van de wereldbevolking en de algemene stijging van de levensstandaard van de mensheid. Het floreren komt tot uitdrukking in veel toepassingsmarkten voor kunststoffen, en dan vooral bij de verpakking voor levensmiddelen en producten voor dagelijks gebruik, maar ook bij allerhande soorten verpakkingen voor opslag en transport. In de infrastructuur en bouw is overigens ook het gebruik van kunststoffen in onder meer de water-, stroom- en gasverzorging, in isoleringen, vensterprofielen nodig. Als ander belangrijk toepassingsgebied kan de groeiende mobiliteit worden genoemd – van automobiel via vrachtverkeer tot de luchtvaart. Maar ook in de medische industrie is kunststof onontbeerlijk: apparatuur, diagnostica, laboratoria en de veilige applicaties van farmaceutica met de huidige vereiste kwaliteit zijn zonder kunststoffen als veilige en hygiënische wegwerpartikelen niet te realiseren. Ook veel sport- en vrijetijdsartikelen zoals we ze tegenwoordig kennen en willen hebben, zijn vaak alleen nog maar met kunststoffen te realiseren. Al deze applicaties dragen binnen hun markten en met de hiervoor gebruikte kunststoffen en rubbers bij aan een wereldwijde acceptatie en verdere verspreiding van polymere grondstoffen.

Azië voert wereldranglijst van kunststofproductie aan

Voor het jaar 2015 beraamde de producentenorganisatie PlasticsEurope de wereldwijde kunststofproductie op 322 miljoen ton. Bijna 270 miljoen ton daarvan betrof kunststofgrondstoffen, wat wil zeggen materialen die voor producten uit kunststof worden verwerkt. De overige circa 50 miljoen ton werd voor de productie van bekleding, kleefstoffen, dispersie, lak en verf gebruikt. In dezelfde periode werd volgens analyses van de International Rubber Study Group IRSG wereldwijd bijna 29 miljoen ton rubber geproduceerd en gebruikt. Het aandeel van natuurlijk rubber betrof 12 miljoen ton en het aandeel van synthetisch rubber bijna 17 miljoen ton.

Zoals alle prijsschommelingen en economische crises van het afgelopen decennium, kon ook de korte financiële- en economische crisis van 2008/2009 die langdurige positieve ontwikkeling van de kunststofindustrie slechts korte tijd in geringe mate afremmen. Sinds 2010 zijn de kunststoffen met 3 tot 5 procent productiestijging per jaar terug op groeikoers.

De capaciteiten voor de vervaardiging van thermoplasten, het grootste en belangrijkste deel van alle kunststoffen, bedroegen aan het eind van 2015 volgen de capaciteitendatabank Polyglobe wereldwijd rond de 305 miljoen ton per jaar. Daarvan betrof meer dan 90 procent de standaard kunststoffen en bijna 9 procent de technische thermoplasten. Een aandeel van promilles kwam voor rekening van de prestatiesterke polymeren, bio-gebaseerde en bio-afbreekbare kunststoffen.

De geweldige economische groei van China en veel Zuidoost-Aziatische landen heeft het Aziatisch-Pacifische economisch gebied ook in de globale kunststofindustrie tot de grootste en sterkst groeiende regio gemaakt. Inmiddels produceert Azië met een aandeel van 49 procent bijna de helft van alle wereldwijd geproduceerde kunststoffen. Bovendien stamde in 2014 meer dan 40 procent van de wereldwijd gebruikte machines voor de verwerking van kunststof uit Aziatische landen. China is tegenwoordig in alle segmenten van de kunststofindustrie het belangrijkste land ter wereld: volgens cijfers uit 2014 komt 26 procent van de mondiale kunststofproductie (2015: 28 procent), 33 procent van de wereldproductie van kunststofmachines en het grootste aandeel van de wereldwijde kunststofverwerking voor rekening van het Rijk in het Midden.

De geweldige uitbouw van polymerisatiecapaciteiten in de Aziatisch-Pacifische regio en in het Nabije Oosten heeft de verhouding binnen de statistieken duurzaam verschoven: het aandeel van China van 28 procent, 4 procent uit Japan en nog eens 17 procent van de overige Aziatische landen leveren het continent een indrukwekkende 49 procent op. Europa en Noord-Amerika hebben met een aandeel van 18, resp. 19 procent van de wereldproductie enkele procenten ingeleverd. Het Nabije- en Midden-Oosten en ook Afrika stonden in de statistieken van PlasticsEurope gezamenlijk garant voor 7 procent, Zuid-Amerika voor 4 procent en de voormalige GUS-staten voor 3 procent. Vergeleken met 2006 heeft Azië in 2015 zijn aandeel in de wereldproductie met 9 procent opgevoerd, terwijl Noord-Amerika en Europa 6 procent hebben moeten inleveren. Ook in de rubberproductie domineert Azië – traditioneel met een aandeel van 73 procent voor natuurrubber en inmiddels ook met 71 procent bij synthetisch rubber.

Duitstalige landen technologieleiders – China marktleider op machinemarkt

De productiewaarde van kunststof- en rubbermachines bereikte in het jaar 2014 wereldwijd een volume van 32,5 miljard euro (2013: 30,8 miljard euro). De Europese kunststofmachineprocenten behaalden 40 (42) procent, in overeenstemming met de productiewaarde van 13 (12,8 miljard euro. Volgens Euromap, het samenwerkingsverband van machinebouwers uit Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittanië, Italië, Luxemburg, Spanje, Zwitserland en Turkije, konden de Europese aanbieders in 2014 hun leidende rol in de wereldhandel tot een aandeel van 50 procent uitbouwen. Ondanks vele onweegbare zaken verwachtte Euromap voor het jaar 2015 een stijging van de wereldproductie van 3 procent tot een totaal van 33,3 miljard euro en een groei van de Europese productie met 2 procent tot 13,3 miljard euro.

China was in 2014 met een aandeel van 33 procent het land met de grootste productie van kunststofmachinebouw, gevolgd door Duitsland met 20,5 procent, Italië met 7,8 procent en de VS met 7,1 procent. In de wereldhandel leidt de Duitse machinebouw met een wereldexportaandeel van 24 procent en blijft daarmee China (13 procent), Japan en Italië (beide 9 procent) en de VS (6 procent) voor.

Europese kunststofindustrie naar verhouding stabiel

De kunststofindustrie in de EU28 bereikte in het jaar 2014 met 1,45 miljoen arbeidskrachten in 62.000 veelal kleine en middelgrote ondernemingen volgens een door PlasticsEurope samengestelde Eurostat-overzicht een omzet van 350 miljard euro en droeg 18 miljard euro bij aan de handelsbalansoverschot van de EU. De belangrijkste exportdoellanden (buiten de EU) voor de export van kunststof-grondstoffen en producten uit kunststof, waren Turkije, China, de VS, Rusland en Zwitserland. Belangrijke importbronnen buiten de EU waren voor grondstoffen de VS, Saoedi-Arabië, Zuid-Korea, Zwitserland en Japan, en in de kunststofverwerking de VS, Zwitserland, China, Turkije en Japan.

De verpakkingsbranche verbruikte volgens opgave van PlasticsEurope in het jaar 2014 in Europa met 39,5 procent het grootste aandeel van kunststoffen in Europa. De bouw volgende met 20,1 procent op plaats 2, de automobielbranche nam met 8,6 procent de derde plaats in, gevolgd door de elektro- en elektronica-industrie met 5,7 procent en de landbouw met 3,4 procent. Het verbruik van alle overige afnemers, zoals de meubelbranche, de medische branche en de producenten van huishoudelijke apparatuur, speelgoed, sport- en vrijetijdsartikelen, kwam neer op 22,7 procent.

De grootste kunststofverbruikers in Europa zijn nog steeds Duitsland (25 procent), Italië (ruim 14 procent), Frankrijk (bijna 10 procent), Groot-Brittanië (bijna 8 procent), Spanje (ruim 7 procent) en Polen (6 procent).

Schaliegas-revolutie als nieuwe game-changer

Europa spant zich in om de CO2-emissie te reduceren. Als gevolg hiervan is er een afname van het gebruik van fossiele resources. Het teruglopende olieverbruik veroorzaakte op zijn beurt een teloorgang van raffinaderijen, waardoor ook de beschikbare hoeveelheid aan voorproducten voor polyolefinen, qua omvang de belangrijkste groep van kunststoffen, werd gereduceerd. Tegelijkertijd werkten de Golfstaten met hun oliebronnen aan een aanzienlijke capaciteiten voor de productie van kunststoffen, zodat ze Azië en Amerika konden voorzien. Daar waar Europa nu al niet meer op polyolefinen uit de eigen resources kan terugvallen en op import is aangewezen, breekt met de schaliegas-revolutie als onvergelijkbaar kostengunstige bron in de VS een nieuwe ‘game changer’ aan. Als gevolg van de sinds jaren lopende investeringen kunnen naar alle waarschijnlijkheid vanaf het jaar 2017 nieuwe capaciteiten voor polyolefinen op gasbasis op gang worden gebracht. Momenteel worden in Noord-Amerika zowel capaciteiten voor de promotie van schaliegas, de vervaardiging van de noodzakelijke copolymeren en voor polymerisatie van doelkunststoffen gecreëerd. Zeker niet onbelangrijk is dat de infrastructuur voor transport, opslag en zeetransport van voorproducten en kunststofgranulaten die klaar zijn om verwerkt te worden groeit. Het kostenvoordeel van de Amerikaanse nieuwe producties zal naar alle waarschijnlijkheid de hoeveelheid aan polyolefinen tussen de continenten ten gunste van leveringen uit Noord-Amerika verschuiven.

Kunststofconjunctuur met licht- en schaduwzijde

De handel met kunststoffen en kunststofproducten vertonen niet overal ter wereld eenzelfde stabiel-positieve situatie als in de euro-valutaregio. De klein maar fijne Zwitserse kunststofindustrie heeft onlangs onder het plotselinge schommeling van de Zwitserse Frank door de Euro en de daarmee verbonden drastische opwaardering van de lokale valuta geleden. Vooral de machinebouw en verwerking werden van het een op het andere moment hard getroffen.

Buiten Europa verliepen de zaken met name in de BRIC-staten veel rustiger dan gehoopt. China moest zijn groeicijfers naar beneden corrigeren en India zette zich schrap tegen de importdruk. De Russische industrie heeft met een volatiele Roebel te kampen, met sancties en andere politieke onzekerheden, en met lagere opbrengsten uit de energie-business. Ook Brazilië en enkele buurlanden lijden onder de lage olieprijs daar hun staatshuishouding zeer afhankelijk van de export van olie is, met een economische crisis als gevolg. Zowel de kunststofproducenten als ook veel kunststofverwerkers in Zuid-Amerika schuiven hun geplande investeringen momenteel op naar een nog onzekere toekomst. Daarom rust de hoop van de producenten van investeringsgoederen naast de talrijke opkomende Aziatische landen en de weer aangesterkte VS op een economische opening van Iran.

Meer recycling in Europa

De vervuiling van zeeën door kunststofafval en zogenaamd microplastic heeft de afgelopen jaren wereldwijd veel aandacht in de media en van de bevolking gekregen. Het is daarbij overduidelijk dat enerzijds niet goed functionerende afvalverwijderingssystemen en anderzijds menselijk gedrag deze betreurenswaardige situatie veroorzaken.

Hoewel het oude continent niet tot de grootste veroorzakers van de vervuiling behoort, zet vooral de Europese kunststofindustrie zich al geruime tijd in om naast het verkrijgen van geschikte registratiesystemen en de consequente recycling van productieafval ook post-consumer-afval uit kunststof opnieuw te gebruiken. Als gevolg van wettelijke voorschriften en veelzijdige inspanningen en kleine initiatieven is in Europa (in dit geval de EU28-staten plus Zwitserland en Noorwegen) de hergebruiksquotum in de afgelopen jaren steeds verder toegenomen: in het jaar 2014 bereikte dit quotum 69 procent en daarmee circa 10 procent meer dan in 2011 en 21 procent meer dan in 2006. In de Europese landen met een ‘vuilstortplaatsverbod’ is het hergebruiksquotum bijzonder hoog: daar waar deze staten - Zwitserland, Oostenrijk, Nederland, Duitsland, Zweden, Luxemburg, Denemarken, België en Noorwegen – meer dan 96 procent van hun kunststofafval hergebruiken, zijn er nog steeds vijf landen die quoten onder de 30 procent noteren.

De belangrijkste recyclingwegen in Europa waren in 2014 met 39 procent de energetische recycling en met 30 procent de materiaalrecycling, terwijl circa 31 procent van het kunststofafval gedeponeerd werd. Tien jaar eerder ging het om 26 procent energetische recycling, 17 procent materiaalrecycling en 57 procent werd gedeponeerd. Bij het hergebruiken van verpakkingen bereiken alle Europese landen inmiddels quoten van meer dan 20 procent, de helft meer dan 70 procent en enkele zelfs meer dan 99 procent.

Duitsland: thuismarkt voor de beurs K vaak technologieleider

In de internationale standplaatsconcurrentie weet de kunststof- en rubberindustrie zich in de drie Duitstalige landen goed staande te houden. Dit gebied is sinds decennia in veel segmenten van de waardeketen voor kunststof en rubber de technologieleider. Als grootste op zichzelf staande markt in Europa is Duitsland tevens de thuismarkt voor de beurs K.

Een korte blik op de kerncijfers van deze centrale markt: in Duitsland bereikte de kunststof- en rubberindustrie in het jaar 2014 een omzet van bijna 110 miljard euro. Met circa 450.000 medewerkers heeft ze als een van de belangrijkste economische takken een aandeel van 6 procent in de nationale industrieproductie. In Duitsland werd in het jaar 2015 volgens opgaven van PlasticsEurope 19,4 miljoen ton kunststof vervaardigd. De omzetten van de kunststofproducenten kwamen in totaal uit op 27 miljard euro. De uitstroom en de omzetten bewogen zich in de afgelopen jaren met slechts lichte fluctuaties op een constant niveau. De steeds minder concurrerende grondstofbasis en de sterk toenemende energiekosten hebben druk uitgeoefend op de concurrentiepositie van de Duitse productiestandplaatsen.

De kunststof- en rubbermachinebouw in de Duitstalige landen behoudt sinds lange tijd haar positie als technologieleider in de machine- en procestechniek. De producenten uit Duitsland sloten het jaar 2014 met een productiewaarde van 6,7 miljard euro voor de kernmachines en daarmee slechts minimaal onder het recordjaar 2013 af. Met een aandeel van 20,5 procent aan de wereldproductie rangeerde Duitsland achter China (33,5 procent) op de tweede plaats en ver boven de 7,8 procent van Italië dat de derde plaats bezette. In de wereldhandel voerde de Duitse machinebouw met 4,6 miljard euro exportwaarde en een aandeel aan de wereldexport van 24 procent vóór China (13 procent) en Japan en Italië (elk 9 procent) de lijst aan.

De Duitse kunststofverwerking bereikte in 2014 een omzet van 59 miljard euro. De verwerkingshoeveelheid lag rond de 13,6 miljoen ton. De rubberverwerkers in Duitsland verwerkten 1,57 miljoen ton rubber en konden een winst van 11,3 miljard euro noteren.

Samen met haar concurrenten overal ter wereld is de verwerkende branche in Duitsland benieuwd naar welke noviteiten en doorontwikkelingen er op K 2016 te zien zullen zijn, zodat er met nieuwe type grondstoffen, nieuwe machines en werktuigen aanvullende toepassingen voor kunststof en rubber kunnen worden ontsloten.

Juni 2016

Contact

Persafdeling K 2016

Eva Rugenstein / Desislava Angelova / Sabrina Giewald

Tel.: +49-211-4560 240 / Fax.: +49-211-4560 8548